In de eerste week ging ik gedurende twee dagen enkele lessen observeren in het Amstelveen College. Ik observeerde over het algemeen lessen Nederlands, maar ik kon ook een kijkje nemen bij een les Engels, een les wiskunde en een project creatief schrijven. Eerlijk, het onderwijs hier is in het niks te vergelijken met het onderwijs dat ik gewoon ben in België.
Vooreerst, het gebouw. Het schoolgebouw van het Amstelveen College is gigantisch en hypermodern. Ik heb in België nog nooit veiligheidscamera's in de gangen zien hangen, maar hier dus wel. Er is een schoolbibliotheek, een trappenhal waar studenten tijdens tussenuren kunnen "chillen" en een foodcorner. Leerlingen kunnen tijdens de pauzes of tijdens de tussenuren ook gewoon werken op hun afdeling in de gang. De gangen zijn namelijk voorzien van verscheidene werkhoeken met computers en lange tafels met stoelen omheen. Ook een leraarskamer/docentenkamer zoals deze heb ik nog nooit gezien. Gezelligheid troef, enig toch?
In de leraarskamer ging het over de hiërarchie binnen een school in Vlaanderen. Het onderscheid directie - leraar, directie - leerling en leraar - leerling. Feit is, dat bij ons er toch zeker een duidelijk onderscheid is en dat je al dan niet in een ondergeschikte positie zit wanneer je leerling bent en zeker ook wanneer je stagiair bent. Op het Amstelveen college is dat echter niet zo. Hier ben je gelijke van elkaar, zeker in de leraarskamer. Ik ben ervan overtuigd dat dit mogelijk is omdat men er hier in slaagt een communicatie te onderhouden met elkaar zonder er doekjes om te winden. Wij Belgen, zijn daar net iets terughoudender in en ik denk dat we daarom met dat hiërarchisch systeem zitten.
Maar het meest opvallende en grote verschil tussen Nederland en België qua onderwijs is het lesgeven. De lessen starten steevast met een planning. Op die manier weten de leerlingen wat ze kunnen verwachten en hoe lang elk deel in beslag gaat nemen. Dat is iets wat ikzelf ook zou meenemen in mijn eigen lessen, al dan niet met iets minder verhullende titels zodat de leerlingen niet meteen weten wat we gaan doen.
Wat mij erg opvalt, en wat meteen toch wel een shock was, is dat de lessen hier deductief worden gebracht. Ik nuanceer het even: dit is niet bij alle lessen zo. Ik heb een les Engels gezien die helemaal was zoals ik een les gewoon ben: leerlingen zijn stil, hun gsm zit weg en de leerkracht haalt alles uit de leerlingen. Maar, ik heb ook lessen gezien waarbij leerlingen voortdurend praten met hun buur/buren, op hun gsm zitten tokkelen of gewoon muziek luisteren en waarbij de leerkracht de theorie van de les doceert en de leerlingen aan de slag zet met oefeningen. Als bij wonder lukt het toch om de leerlingen te laten doorwerken. Dit zou nooit gelukt zijn in de klassen waar ik in België al les aan gegeven heb.
Ik stelde mezelf dus de vraag: "Is deductief het nieuwe inductief?" Aan de leerkracht Engels te horen, blijkbaar wel. Zelf zei ze dat ze nog van de "oude stempel" is - lees: les geeft zoals wij het gewoon zijn. Hieruit leid ik dan af dat men vroeger dus effectief inductief te werk ging? Die duidelijk heb ik voorlopig nog niet. Maar wat mij betreft primeert het inductieve toch op het deductieve. Ondanks dat leerlingen klaarblijkelijk toch aan de slag gaan met de oefeningen, merk ik dat enkele leerlingen toch echt niet begrijpen wat ze moeten doen. Ik ben ervan overtuigd dat leerlingen er toch nood aan hebben om zelf na te denken over de leerstof in plaats van het voorgekauwd op hun bord te krijgen.
Nog een laatste puntje dat ik toch zeker wil aankaarten is de band tussen de leraar en de leerling. Elke klas heeft een mentor. De mentor is vergelijkbaar met de titularis bij ons. De mentor van een klas begeleidt twee jaar dezelfde klas en bouwt een (h)echte band om met deze klas. De mentor kent zijn leerlingen door en door en kan volgens mij veel vlotter inspelen op problemen die zich voordoen in een klas. Een dergelijke omgang met een mentorklas of de klas waar ik later misschien zelf titularis van ben, zou ik zelf willen nastreven. Dat lijkt mij essentieel om leerlinggericht te werk te gaan.
Ik heb bijzonder veel bijgeleerd van de enkele observatielessen. Ik heb dingen gezien die ikzelf meeneem naar mijn lespraktijk en ik heb dingen gezien waar ik minder achter sta. Toch ben ik het Amstelveen College al erg dankbaar voor de gastvrijheid en de hartelijkheid waarmee zij me in hun midden (voor even) hebben opgenomen.